Op 6 december 2024 werd in het Belgisch Staatsblad een nieuwe en ingrijpende wet gepubliceerd: de Wet op de Private Opsporing. Wat vele bedrijfsleiders nog niet beseffen, is dat deze wet niet alleen van belang is voor privédetectives of onderzoekskantoren. Ze raakt aan de kern van hoe elke onderneming met interne onderzoeken, fraude en personeelsdossiers omgaat.
Waarom een nieuwe wet?
De vorige Detectivewet dateerde van meer dan 30 jaar geleden. Ze hield geen rekening meer met moderne opsporingstechnieken, digitale methodes, nieuwe rechtsprincipes inzake privacy, of de actuele rol van private opsporing binnen het globale veiligheidslandschap. De nieuwe wet voorziet in een volledig vernieuwd kader dat wél aangepast is aan de hedendaagse realiteit.
De wet steunt op 5 fundamentele krachtlijnen:
- Evenwicht tussen publieke en private opsporing: de wet zorgt ervoor dat private onderzoekers niet verder kunnen gaan dan publieke speurders.
- Profiel-neutrale wetgeving: van toepassing op alle soorten private opsporingsactiviteiten, ongeacht de specialisatie.
- Bescherming van privacy en grondrechten: strikte regels en toezichtsmechanismen.
- Behoud van kwaliteits- en betrouwbaarheidsnormen: eisen inzake opleiding en betrouwbaarheidsonderzoek.
- Controle en toezicht: proactieve en reactieve controlemogelijkheden door de overheid.
Wat is ‘private opsporing’? (Art. 3)
De wet definieert private opsporing als een activiteit waarbij cumulatief aan vier voorwaarden wordt voldaan:
- Uitgevoerd door een natuurlijk persoon;
- In opdracht van een opdrachtgever;
- Het verzamelen van inlichtingen over natuurlijke of rechtspersonen;
- Met als doel de belangen van de opdrachtgever te vrijwaren in een effectief of mogelijk conflict, of om verdwenen personen of gestolen goederen op te sporen.
Let op: ook interne onderzoeken door uw eigen HR-afdeling of interne fraudedienst kunnen onder deze definitie vallen.
De artikelen die u als opdrachtgever direct raken
Vergunningsplicht (Art. 7 & 8)
Niemand mag diensten van private opsporing aanbieden of organiseren zonder voorafgaande vergunning van de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken (IBZ). Evenmin mag u als bedrijf gebruik maken van de diensten van een niet-vergunde onderneming.
| ⚠ Maakt u gebruik van een private onderzoeker of detectivebureau? Verifieer hun IBZ-vergunning. Bij gebrek hieraan zijn alle bevindingen nietig van rechtswege. ⚠ |
Verboden gegevens (Art. 57 & 58)
Het is verboden om bepaalde categorieën van gegevens in te winnen of door te geven. Hieronder vallen onder andere:
- Politieke, religieuze of filosofische overtuigingen;
- Genetische of biometrische gegevens;
- Seksueel gedrag of geaardheid;
- Gezondheidsgegevens, cruciaal voor verzekeringsmaatschappijen en HR-afdelingen;
- Niet-openbaar gemaakte verdenkingen of veroordelingen;
- Raciale of etnische afkomst;
- Journalistieke informatiebronnen;
- Geclassificeerde informatie.
Artikel 58 verbindt dit verder: zelfs indirect afleidbare informatie is verboden, ook al worden de gegevens zelf niet expliciet vermeld.
Onderzoek naar eigen werknemers (Art. 65)
Dit artikel is bijzonder relevant voor bedrijven. Indien de betrokkene een werknemer is van de opdrachtgever, mag een private opsporing slechts worden aanvaard indien de toelating én de nadere regels uitdrukkelijk en transparant zijn vastgelegd in een arbeidsreglement.
| 🚨 DEADLINE: Bedrijven dienen zich in regel te stellen voor 16 december 2026. Start vandaag met het updaten van uw arbeidsreglement. |
Verboden methodes (Art. 81)
Private onderzoekers mogen geen handelingen stellen, methodes of dwangmaatregelen aanwenden die uitsluitend voorbehouden zijn aan politie, inlichtingendiensten of gerechtelijke autoriteiten. Dit verbod geldt evenzeer voor opdrachten die u als bedrijf zou verstrekken.
Observatieverbod (Art. 87)
Elke observatie in woningen, private plaatsen of plaatsen waar personen een gerechtvaardigde verwachting hebben op bescherming van hun levenssfeer is verboden. Dit raakt ook aan het gebruik van GPS-trackers, camerabewaking op plaatsen met privacyverwachting en gelijkaardige technieken.
Gebruik van onrechtmatig verkregen informatie (Art. 96)
Een private onderzoeker mag geen informatie gebruiken die hijzelf of anderen op onrechtmatige wijze hebben verkregen. Hij mag evenmin anderen aanzetten om dergelijke informatie te vergaren. Ook u als opdrachtgever draagt hier verantwoordelijkheid.
Dossiervertrouwelijkheid (Art. 109)
Gegevens uit een onderzoeksdossier voor opdrachtgever A mogen nooit worden aangewend in een dossier voor opdrachtgever B. Dit stelt strikte eisen aan de informatiebeheersprocessen van onderzoekskantoren.
De straffe van nietigheid: wat betekent dit concreet?
Artikel 101 is het scharnierpunt van de gehele wet. De rechter aan wie bevindingen van een private opsporing worden voorgelegd, gaat na of het onderzoek in overeenstemming is met de bepalingen van de wet.
De volgende artikelen worden uitdrukkelijk voorgeschreven op straffe van nietigheid:
| Artikel | Onderwerp |
| Art. 7 | Vergunningsplicht voor private opsporing |
| Art. 8 | Verbod op gebruik van niet-vergunde diensten |
| Art. 57 | Verbod op verzamelen van verboden gegevenscategorieën |
| Art. 58 | Verbod op indirect afleidbare verboden gegevens |
| Art. 62 | Verbod op opdrachten m.b.t. inlichtingen- en veiligheidsdiensten |
| Art. 65 | Voorwaarden voor onderzoek naar eigen werknemers |
| Art. 81 | Verbod op methodes voorbehouden aan politie/justitie |
| Art. 87 | Observatieverbod in private plaatsen |
| Art. 96 | Verbod op gebruik van onrechtmatig verkregen informatie |
| Art. 109 | Verbod op hergebruik van dossiergegevens |
Straffe van nietigheid wil zeggen: als het onderzoek niet voldoet aan deze artikelen, wordt het als onbestaande beschouwd. De rechter kent er geen enkele bewijswaarde aan toe. Meer nog: het vonnis wordt overgemaakt aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, wat bijkomende sancties kan uitlokken.
Nog veel onduidelijkheden, maar de nietigheid is al een feit
De wet laat nog heel wat ruimte voor interpretatie. De praktische uitvoeringsmodaliteiten zullen worden ingevuld door koninklijke besluiten die momenteel in opmaak zijn. Zaken zoals de precieze methodes die zijn toegestaan, de opleidingsvereisten, de concrete invulling van het begrip ‘private opsporing’ in specifieke situaties, dat alles zal verder worden verduidelijkt.
Maar hier is de boodschap die elke ondernemer vandaag al moet begrijpen:
| De artikelen die worden voorgeschreven op straffe van nietigheid (art. 7, 8, 57, 58, 62, 65, 81, 87, 96 en 109) zijn van kracht. Nu. Voor iedereen. Wachten op de koninklijke besluiten is geen excuus. |
Wat moet u als bedrijf nú doen?
- Controleer of uw externe onderzoekspartners over een geldige IBZ-vergunning beschikken.
- Herbekijk uw arbeidsreglement en voeg een transparante procedure voor intern onderzoek toe. Wees klaar voor 16 december 2026.
- Evalueer uw huidige interne onderzoeksprocedures op conformiteit met de verboden methodes en gegevenscategorieën.
- Zorg dat uw HR- en juridisch team op de hoogte zijn van de nieuwe verplichtingen.
- Vraag advies aan een erkend privaat onderzoekskantoor om uw compliance te toetsen.
Heeft u vragen over de impact van deze wet op uw organisatie?
Neem contact op met ons kantoor. Wij helpen u uw werkwijze in lijn brengen met de nieuwe wet: proactief, pragmatisch en met kennis van zaken.